Klimaatzaak tegen Shell — eerste zaak
Milieudefensie zet haar eerste klimaatzaak tegen Shell voort en streeft naar handhaving van Shells verantwoordelijkheid om zijn wereldwijde uitstoot te verminderen in lijn met het Klimaatakkoord van Parijs. De zaak loopt nog in cassatie; volgens de tijdlijn van Milieudefensie wordt de definitieve beslissing van de Hoge Raad begin 2027 verwacht. ([milieudefensie.nl](https://milieudefensie.nl/klimaatzaakshell/tijdlijn-klimaatzaak-tegen-shell?utm_source=openai))
Oorspronkelijk doel
Shell moet zijn wereldwijde uitstoot in lijn met het Klimaatakkoord van Parijs verminderen.
40/100 · Vooruitgang, resultaat nog onzeker
Deze score beoordeelt uitsluitend aantoonbare doelrealisatie, de onderbouwde bijdrage van Milieudefensie en bestendigheid. De score zegt niets over hoeveel inspanning is geleverd, hoe goed de campagne is gevoerd of hoe waardevol het werk op zichzelf is.
Per 14 september 2026 is de eerste Klimaatzaak tegen Shell nog lopend in cassatie. De kernuitkomst uit 2021 — een afdwingbaar bevel om de wereldwijde Scope 1-, 2- en 3-emissies eind 2030 netto 45% onder 2019 te brengen — is op 12 november 2024 door het gerechtshof Den Haag vernietigd. Het hof erkende wel dat Shell tegenover Nederlandse burgers een zorgplicht heeft om zijn CO₂-uitstoot te beperken, mede in het licht van bescherming tegen gevaarlijke klimaatverandering, maar wees alle vorderingen af omdat geen concreet reductiepercentage kon worden vastgesteld en een Scope-3-verkoopbeperking volgens het hof in dit geval niet effectief zou zijn. Milieudefensie ging in februari 2025 in cassatie; de mondelinge behandeling vond plaats op 22 mei 2026 en Shell diende op 17 juli 2026 een schriftelijke dupliek in. Volgens Milieudefensie volgt eind 2026 een zwaarwegend advies en begin 2027 een definitief arrest. Er is dus een formele rechterlijke erkenning van een algemene verplichting, maar momenteel geen geldend, concreet en afdwingbaar reductiebevel. Shell rapporteert wel emissiedalingen in onderdelen van zijn inventaris, maar deze tonen niet aan dat Shells wereldwijde uitstoot als geheel in lijn met Parijs wordt verminderd of dat de oorspronkelijke 45%-eis wordt gehaald.
Maak en bewaar je eigen weging
De feiten blijven voor iedereen hetzelfde. Jij bepaalt hoeveel gewicht je geeft aan gerealiseerd resultaat, aantoonbare eigen bijdrage en bestendigheid. Als je opslaat, telt jouw gewogen score mee in het bezoekersgemiddelde.
Jouw persoonlijke score past bewust geen causaal plafond toe: het is jouw waardering van dezelfde onderliggende feiten. Het bezoekersgemiddelde gebruikt alleen opgeslagen wegingen voor deze campagne.
Feiten en onzekerheden
Bevestigd
- Het concrete reductiebevel van de rechtbank Den Haag uit 2021 is niet meer van kracht: het gerechtshof vernietigde dit op 12 november 2024.
- Het hof heeft wel vastgesteld dat Shell een verplichting heeft om CO₂-emissies te beperken, maar het heeft geen specifiek percentage of andere afdwingbare reductiemaatregel opgelegd.
- Milieudefensie en de mede-eisers zijn in cassatie gegaan; de Hoge Raad behandelde de zaak mondeling op 22 mei 2026.
- De cassatieprocedure was op 14 september 2026 nog niet afgerond; Shell had op 17 juli 2026 een dupliek ingediend.
- Milieudefensie is een van zeven eisende organisaties in deze procedure; de zaak is dus een coalitieprocedure en niet uitsluitend aan Milieudefensie toe te schrijven.
Onzeker
- De Hoge Raad heeft per 14 september 2026 nog geen eindarrest gewezen. Het is daarom onzeker of de algemene zorgplicht van het hof wordt bevestigd, beperkt of vertaald naar een concreet afdwingbaar reductiebevel.
- Een advies van het parket bij de Hoge Raad wordt volgens Milieudefensie eind 2026 verwacht, maar is geen bindende uitspraak en de uiteindelijke inhoud is onbekend.
- Shell rapporteerde voor 2025 1.065 miljoen ton CO₂e aan Scope-3-emissies verbonden aan verkoop van energieproducten, maar de beschikbare gegevens leveren geen rechtstreeks vergelijkbare, volledige toets op met de oorspronkelijke eis: een wereldwijde absolute reductie van 45% ten opzichte van 2019, in lijn met Parijs.
Tegenstrijdig / afwijkend
- Milieudefensie stelt dat de door het hof erkende zorgplicht een concreet, afdwingbaar reductiepercentage voor Shell moet opleveren; het gerechtshof erkende de algemene verplichting maar wees juist een percentage en het gevraagde bevel af.
- Het gerechtshof oordeelde dat een specifiek Scope-3-reductiebevel voor Shell in deze zaak niet effectief zou zijn omdat andere ondernemingen de brandstofverkoop kunnen overnemen. Milieudefensie bestrijdt deze juridische en feitelijke benadering in cassatie.
- Shell rapporteert voortgang op eigen operationele emissies en beperkte Scope-3-/intensiteitsdoelen, maar die bedrijfsdoelen verschillen in basisjaar, reikwijdte en maatstaf van de door Milieudefensie gevraagde wereldwijde absolute reductie van 45% ten opzichte van 2019.
Tijdlijn
-
Schriftelijke dupliek van Shell; eindarrest nog toekomstig
Shell diende een schriftelijke dupliek in bij de Hoge Raad. De procedure is daarmee nog niet beslist; Milieudefensie verwacht eind 2026 een advies aan de Hoge Raad en begin 2027 het definitieve arrest.
-
Cassatiezitting bij de Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde de cassatie mondeling. De centrale vraag is onder meer of een rechter Shell een concreet emissiereductiepercentage kan opleggen.
-
Cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad
Milieudefensie en de mede-eisers stelden cassatie in tegen het arrest van het gerechtshof, met als kernpunt dat een concrete reductieverplichting volgens hen wel juridisch moet kunnen worden opgelegd.
-
Hof vernietigt reductiebevel en wijst vorderingen af
Het gerechtshof Den Haag vernietigde het vonnis van 2021 en wees de vorderingen af. Het hof oordeelde wel dat Shell een verplichting heeft om emissies te beperken, maar stelde geen afdwingbaar percentage vast. Daarmee verviel het concrete reductiebevel.
-
Rechtbank legt reductiebevel van 45% op
De rechtbank Den Haag beval Royal Dutch Shell om via concernbeleid de totale CO₂-uitstoot van de Shell-groep — inclusief Scope 1, 2 en 3 — eind 2030 netto 45% lager te brengen dan in 2019.
-
Start van de Klimaatzaak tegen Shell
Milieudefensie kondigde de zaak aan, samen met zes mede-eisende organisaties en meer dan 17.000 mede-eisers. De dagvaarding werd op 5 april 2019 ingediend.
Gebruikte bronnen
Iedere bron blijft zichtbaar zodat je onze beoordeling zelf kunt controleren. Bronniveau zegt iets over de aard van de bron, niet automatisch dat elke claim erin juist is.
Shells gereguleerde jaarverslag over 2025 rapporteert 53 MtCO₂e netto Scope 1- en 2-emissies, 36% onder 2016, en 1.065 MtCO₂e Scope-3-emissies verbonden aan energieproductverkoop. Het vermeldt andere doelen en baselines dan de in de zaak gevraagde wereldwijde 45%-reductie ten opzichte van 2019.
Officiële toelichting van het gerechtshof: Shell heeft een verplichting emissies te beperken, maar het hof kon geen percentage vaststellen, achtte het gevraagde Scope-3-bevel in deze zaak ineffectief, vernietigde het vonnis uit 2021 en wees de vorderingen af.
De officiële zaakpagina identificeert Milieudefensie als een van de zeven eisende organisaties, documenteert de dagvaarding, het bevel van de rechtbank in 2021 en de vernietiging daarvan door het hof in 2024.
Onafhankelijk verslag van de mondelinge cassatiezitting op 22 mei 2026. Het meldt dat het parket in het najaar advies zal uitbrengen en dat de uitspraak naar verwachting in het voorjaar van 2027 volgt.
Shells strategie-update bevestigt dat het bedrijf een eerdere doelstelling voor 2035 van 45% reductie in netto-koolstofintensiteit heeft ingetrokken en verving deze onder meer door een ambitie voor 15-20% vermindering van klantemissies uit verkochte olieproducten in 2030 versus 2021. Dit is enger dan de oorspronkelijke campagnedoelstelling.
Shell bevestigt dat het hof de vorderingen volledig afwees, dat de cassatiezitting op 22 mei 2026 plaatsvond en dat Shell op 17 juli 2026 dupliek indiende. Shell betwist dat een concrete reductieplicht juridisch en effectief is.
De campagneorganisatie documenteert haar cassatie, de zitting van 22 mei 2026 en haar verwachting van een advies eind 2026 en een definitieve uitspraak begin 2027. Dit is bewijs van campagneactiviteit en de eigen processtatusclaim, niet onafhankelijk bewijs van de juridische uitkomst.